Implementatieagenda gepast gebruik

Veel verschillende partijen hebben vastgesteld wat gepast gebruik van medische zorg is. Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG) heeft dit in kaart gebracht en de verschillende initiatieven gebundeld in de implementatieagenda. Deze kennis moet haar weg vinden naar de dagelijkse klinische praktijk. Dit is in lijn met de afspraken van het Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische Zorg (HLA-MSZ).

#Hoedan?
Zorgaanbieders en zorgprofessionals (artsen en verpleegkundigen) kunnen aan de hand van de implementatieagenda inventariseren welke kennis bij hen al vertaald is  naar de dagelijkse praktijk en waar nog verbeteringen liggen. Vervolgens kunnen zij  in gesprek met zorgverzekeraars afspraken maken over de implementatie. Zoals met  welke onderwerpen van de implementatieagenda als eerste gestart wordt, wat  daarvoor nodig is, hoe zij elkaar kunnen helpen en hoe monitoring plaatsvindt.  ZE&GG gaat het implementeren faciliteren en monitoren aan de hand van  spiegelinformatie en een online implementatieplatform. Naar verwachting presenteert ZE&GG na de zomer (Q4) de eerste spiegelinformatie. Daarnaast analyseert ZE&GG wat wel en wat  niet werkt, of alle kennis over gepast gebruik voldoende duidelijk en concreet is, en tegen welke belemmeringen partijen aanlopen bij de implementatie. Deze  belemmeringen zullen de ZE&GG partijen dan gezamenlijk weg moeten nemen,  zodat de patiënt kan rekenen op de beste zorg.

Raadplegen implementatieagenda
Op de implementatieagenda staan ruim 100 onderwerpen over gepast gebruik die  geïmplementeerd kunnen worden. De agenda is opgesteld door patiënten,  zorgprofessionals, zorgaanbieders, overheid én verzekeraars die samenwerken in het programma ZE&GG. Per onderwerp staat omschreven om welke verbetering het gaat. Vervolgens staat vermeld waar meer informatie te vinden is, zoals een richtlijn,  de website van een wetenschappelijke vereniging of een verbetersignalement van het Zorginstituut. Uiteraard zijn er onderwerpen waarvoor de verantwoordelijkheid op landelijk niveau bij één of meer organisaties ligt. Een voorbeeld is het actualiseren van richtlijnen, wat aan de desbetreffende wetenschappelijke verenigingen is. Bij lokale initiatieven kunnen individuele zorgaanbieders mogelijk wel behoefte hebben aan ondersteuning, van hun eigen of een andere koepel. Samenwerking is ook hierbij van groot belang.

Filter op Wis alle filters
Specialisme
Initiatief

Verstandige keuzes binnen de neurologie

  • Voer niet standaard een EMG uit voor het stellen van de diagnose polyneuropathie.

    (Neurologie) (Diagnostiek)
  • Verricht niet routinematig een SPECT-scan bij klinische aanwezigheid van parkinsonisme.

    (Neurologie) (Diagnostiek)
  • Vraag geen beeldvorming aan in de eerste 6 weken van een lumboradiculair syndroom, tenzij er sprake is van alarmsymptomen.

    (Neurologie) (Diagnostiek)
  • Voer geen routinematige bepaling van de serumspiegels van anti-epileptica uit.

    (Neurologie) (Diagnostiek)
  • Verricht niet routinematig laboratoriumonderzoek bij patiënten met CTS.

    (Neurologie) (Diagnostiek)
Meer informatie

Verstandige keuzes binnen de orthopedie

  • Geen heup- en knievervangingen zonder adequaat conservatieve behandeling.

    (Orthopedie, fysiotherapie) (Behandeling)
  • Geen voorste kruisband reconstructies binnen enkele weken na ontstaan letsel.

    (Orthopedie, fysiotherapie) (Behandeling)
  • Geen artroscopie en geen MRI bij degeneratieve knieën zonder slotklachten.

    (Orthopedie) (Diagnostiek, behandeling)
  • Behandel discogene pijn niet operatief.

    (Orthopedie, anesthesiologie, fysiotherapie) (Behandeling, geneesmiddelen)
  • Geen subacromiale decompressies bij jonge patiënten met een pijnlijke schouder.

    (Orthopedie, fysiotherapie) (Behandeling, geneesmiddelen)
Meer informatie

Verstandige keuzes binnen de radiologie

  • Wees terughoudend met het uitvoeren van een CT-scan bij een verdenking van longembolie.

    (Radiologie, long) (Diagnostiek)
  • Overweeg pas een CT-scan bij onderzoek naar blindedarmontsteking bij kinderen als een echografie geen zekerheid biedt.

    (Radiologie, kindergeneeskunde, MDL) (Diagnostiek)
  • Maak niet standaard röntgenfoto’s van de buik en borstkas bij volwassen patiënten met acute buikpijn.

    (Radiologie, MDL) (Diagnostiek)
  • Maak geen röntgenfoto maar een echografie als eerste (beeldvormend) onderzoek van de borst bij vrouwen jonger dan 30 jaar.

    (Radiologie, oncologie) (Diagnostiek)
  • Wees terughoudend met het maken van CT-scans van het hoofd bij patiënten met licht traumatisch hoofdletsel als zij een laag risico hebben op traumatische afwijkingen in de hersenen.

    (Radiologie, neurologie, trauma) (Diagnostiek)
Meer informatie

Verstandige keuzes binnen de urologie

  • Doe geen botscan bij prostaatkanker als de kans op uitzaaiingen klein is.

    (Urologie, oncologie) (Diagnostiek)
  • Begin bij een prostaatontsteking zonder koorts pas met antibiotica als de urinekweek groei van bacteriën laat zien.

    (Urologie) (Behandeling, geneesmiddelen)
  • Maak niet standaard een balzakecho bij jongens met een niet ingedaalde bal.

    (Urologie, kindergeneeskunde) (Diagnostiek)
  • Maak niet standaard een CT-scan van de buik bij patiënten met bloed in de urine dat met het blote oog niet zichtbaar is.

    (Urologie, oncologie) (Diagnostiek)
  • Kies niet standaard voor een buikecho of kijkonderzoek van de blaas bij terugkerende blaasontstekingen.

    (Urologie) (Diagnostiek)
Meer informatie

Verstandige keuzes in de reumatologie

  • Vraag bij voorkeur alleen een CRP of bezinking aan tijdens de follow-up van patiënten met reumatoïde artritis.

    (Reumatologie, klinische chemie) (Diagnostiek, follow-up)
  • Het voorschrijven van biological doseringen hoger dan de registratiedosering is niet zinvol.

    (Reumatologie) (Behandeling, geneesmiddelen)
  • Vraag alleen Lyme-diagnostiek aan indien er gewrichtsklachten zijn die passen bij de ziekte van Lyme.

    (Reumatologie, klinische chemie) (Diagnostiek)
  • Vraag alleen een ANA aan indien er, na anamnese en lichamelijk onderzoek, een redelijke kans is op een met ANA geassocieerde aandoening.

    (Reumatologie, neurologie) (Diagnostiek)
  • Schrijf bij voorkeur een traditioneel NSAID zoals ibuprofen, naproxen of diclofenac voor – indien nodig met PPI – en niet een selectief NSAID (etoricoxib en celecoxib).

    (Reumatologie) (Behandeling, geneesmiddelen)
Meer informatie

Verstandige keuzes voor klinische chemie en laboratoriumdiagnostiek

  • Vraag niet ad-random algemene diagnostiek aan, maar zet laboratoriumtesten gericht in.

    (Klinische chemie, huisarts) (Diagnostiek)
  • Gebruik de ‘Calprotectine in feces’-test om ontstekingsdarmziekten uit te sluiten.

    (Klinische chemie, huisarts, MDL) (Diagnostiek)
  • Gebruik tumormarkers niet voor het screenen naar kankersoorten.

    (Klinische chemie, oncologie) (Diagnostiek)
  • Laat geen vitamineonderzoek (B12/D/foliumzuur) uitvoeren bij patienten met aspecifieke (vage) klachten.

    (Klinische chemie, huisarts, zorgaanbieder breed) (Diagnostiek)
  • Gebruik specifiek lgE ter ondersteuning bij allergie en meet geen totaal lgE.

    (Klinische chemie, huisarts, zorgaanbieder breed) (Diagnostiek)
Meer informatie

Zinnig gebruik van geneesmiddelen bij patiënten met castratie refractair prostaatcarcinoom

  • Inzet systemische therapie: Een gepaste indicatiestelling kan worden bereikt door het formuleren van startcriteria, of criteria voor het afzien van starten, voor behandeling met chemotherapie, die meer houvast geven aan het bepalen van fitheid voor chemotherapie. In aanvulling op bestaande evidence-based criteria kunnen signalen op basis van spiegelinformatie, mits consensus-based, worden gebruikt. Of die praktijk ook de meest zinnige inzet van geneesmiddelen beschrijft, moet dan wel worden aangetoond. Snelle richtlijnactualisatie is daarbij onontbeerlijk.

    (Oncologie) (Indicatiestelling, behandeling) (Landelijk)
  • Doorverwijzen: Een duidelijke rol van een multidisciplinair overlegstructuur, zoals bijvoorbeeld een MDO, dient te worden geactualiseerd met een zo lang als mogelijke plaats van de uroloog als hoofdbehandelaar, tot de noodzakelijke rol van de oncoloog om de indicatie voor systemische therapie te beoordelen.

    (Oncologie) (Organisatie van zorg) (Lokaal, landelijk)
  • Laatste levensfase: inzet van actieve systemische therapie is in de laatste levensfase vaak niet gepast. Het is van belang dat tijdig het gesprek met de patiënt plaatsvindt om een zo patiëntgericht mogelijke invulling van de laatste levensfase te kunnen laten plaatsvinden. Het dilemma hierbij is dat het markeren van de laatste levensfase complex is.

    (Oncologie) (Behandeling) (Lokaal)
  • Voor een actuele inschatting van de kosteneffectiviteit in de praktijk om verdergaande uitspraken te kunnen doen over de zinnige inzet van systemische therapieën bij CRPC. zijn evaluaties nodig op basis van praktijkinformatie die ook kwaliteit van leven meten. Dat is op dit moment nog niet mogelijk, maar de data worden wel verzameld in het vervolg van de CAPRI-studie (PRO-CAPRI).

    (Oncologie) (Behandeling) (Landelijk)
  • In verband met stijgende kosten, zal het Zorginstituut tijdens de monitorfase nadrukkelijk de kosten monitoren van de verschillende geneesmiddelen afzonderlijk, en de kosten van geneesmiddelen bij CRPC in totaal.

    (Oncologie) (Landelijk)

Zinnige nacontrole bij vrouwen behandeld voor borstkanker

  • Verwachtingenmanagement aan patiënt over het doel en klinische nut van het doen van routinematige ziekenhuiscontroles.

    (Oncologie, heelkunde) (Follow-up) (Lokaal)
  • Introductie en implementatie van het nomogram.

    (Oncologie, heelkunde) (Diagnostiek) (Lokaal, landelijk)
  • Optimaliseren van beschikbaarheid en timing van informatieverstrekking.

    (Oncologie, heelkunde) (Implementatie) (Lokaal, landelijk)
  • Optimaliseren van informatiemateriaal en keuzehulpen ten behoeve van gedeelde besluitvorming over de onderwerpen die in het onderzoek geïdentificeerd zijn als waardegevoelig.

    (Oncologie, heelkunde) (Implementatie) (Landelijk)
  • Aanpassen van de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn Mammacarcinoom op basis van voorgaande punten.

    (Oncologie, heelkunde) (Implementatie) (Landelijk)
  • Beschikbaarheid nomogram, informatieverstrekking en gedeelde besluitvorming.

    (Oncologie, heelkunde) (Implementatie) (Lokaal, landelijk)
  • Betere afstemming tussen zorgverleners over frequentie en inhoud nacontrole, bijvoorbeeld in de vorm van een nazorgplan. Hierbij kan ook gedacht worden aan de mogelijkheid om de nacontrole slechts door één discipline te laten uitvoeren.

    (Oncologie, heelkunde) (Nazorg, follow-up) (Lokaal, landelijk)
  • De in dit rapport genoemde aanbevelingen vergen (bij)scholing van de betrokken beroepsgroep, specifiek op het gebied van de competenties van gedeelde besluitvorming. Hieronder valt ook (bij-) scholing, c.q. verwachtingenmanagement richting de arts ten aanzien van het doel van nacontroles en de beperkte waarde hiervan bij het detecteren van afstandsmetastasen.

    (Oncologie, heelkunde) (Implementatie) (Lokaal, landelijk)
  • Het (door-)ontwikkelen en beschikbaar maken van uitkomsten van zorg (PROMS/PREMS) ten behoeve van het meten van zorg voor vrouwen in de nacontrole na in opzet te genezen behandeling van borstkanker.

    (Oncologie, heelkunde) (Registratie) (Landelijk)
  • Beoordeling van het klinische nut van het doen van routinematig ziekenhuiscontroles in samenhang met andere elementen uit de zorg (o.a. het daadwerkelijke recidiefrisico).

    (Oncologie, heelkunde) (Follow-up) (Landelijk)
  • (Door-)ontwikkelen, c.q. continu actualiseren van het nomogram mede gebaseerd op het risico op een tweede (ipsi- of contralaterale) primaire tumor én gegeven de voortdurende ontwikkelingen in de zorg voor vrouwen met borstkanker.

    (Oncologie, heelkunde) (Diagnostiek, follow-up) (Landelijk)
Meer informatie

Zinnige zorg voor mensen met perifeer arterieel vaatlijden (PAV)

  • De organisatie van enkel armindex diagnostiek in de eerste lijn wordt verbeterd. Er worden kwaliteitseisen opgesteld voor de uitvoering en er wordt gewerkt aan deskundigheids-bevordering. Er komt voorlichting aan eerstelijns professionals over de mogelijkheden om deze diagnostiek uit te laten voeren in eerstelijns diagnostische centra en vaatlabs. Ook wordt de toegankelijkheid hiervan verbeterd.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Diagnostiek, organisatie van zorg) (Lokaal, landelijk)
  • Er komen heldere afspraken tussen de eerste en tweede lijn over adviezen omtrent diagnostiek en behandeling.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Organisatie van zorg, implementatie, diagnostiek, behandeling) (Lokaal, landelijk)
  • Patiëntenvoorlichting kan beter. Dit kan door het aanbieden van betrouwbare patiënteninformatie op één centrale plek.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Implementatie) (Landelijk)
  • Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de professionals in de eerste en tweede lijn. Hierbij moet aandacht zijn voor stepped care zorg, dus goede uitleg waarom een operatie in eerste instantie niet aangewezen is.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Organisatie van zorg, implementatie) (Lokaal)
  • Er wordt meer werk gemaakt van gedeelde besluitvorming. Ter ondersteuning wordt de keuzehulp (incl. option grid) verder doorontwikkeld voor gebruik in de eerste en tweede lijn.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Implementatie) (Lokaal, landelijk)
  • Professionals gaan het principe van stepped care consequenter toepassen.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Organisatie van zorg) (Lokaal)
  • Monitoring effecten gesuperviseerde oefentherapie.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Behandeling) (Landelijk)
  • Duplexonderzoek wordt ingezet conform richtlijnen.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Er komt aandacht voor de gevonden praktijkvariatie in het plaatsen van stents in Nederland. Er wordt nagedacht over acties die kunnen leiden tot verbetering.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisarts, radiologie, vaatchirurgie) (Behandeling) (Lokaal, landelijk)
  • Er komt landelijk beschikbare informatie over geleverde kwaliteit van zorg in de eerste en tweede lijn vanuit het perspectief van de patiënt met claudicatio intermiens. Deze informatie wordt transparant gemaakt.

    (Heelkunde, fysiotherapie, huisartsen, radiologie, vaatchirurgie) (Transparantie) (Landelijk)
Meer informatie

Zinnige zorg voor mensen met pijn op de borst (verdenking stabiele angina pectoris)

  • Partijen maken een Landelijke Transmurale Afspraak (LTA) voor patiënten met (verdenking) stabiele angina pectoris. NHG en NVVC zijn gezamenlijk verantwoordelijk.

    (Cardiologie, trauma) (Organisatie van zorg) (Landelijk)
  • De multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement wordt geactualiseerd. NHG is verantwoordelijk.

    (Cardiologie, trauma) (Implementatie) (Landelijk)
  • De NVVC maakt leidraad diagnostiek in samenwerking met NVvR.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Landelijk)
  • De uitkomsten van dit Verbetersignalement worden bij beide kwaliteitsstandaarden en de leidraad meegenomen.

    (Cardiologie, trauma) (Implementatie) (Landelijk)
  • In 2014 is een conceptversie van de NHG standaard Stabiele Angina Pectoris beschikbaar gekomen, maar deze is nog niet uitgebracht. Verwacht mag worden dat mede door de afspraken in de LTA de standaard uiterlijk eind 2018 uitgebracht zal worden en dat daarin ook de aanbevelingen uit dit verbetersignalement worden meegenomen. NHG is verantwoordelijk.

    (Cardiologie, trauma) (Implementatie) (Landelijk)
  • Bij alle patiënten wordt, alvorens diagnostiek te verrichten of door te verwijzen, expliciet het risico op coronair vaatlijden bepaald op basis van een model voor risicobepaling (met o.a. karakter van de klachten, leeftijd en geslacht).

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Dit risico wordt vastgelegd in het medisch dossier.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Huisarts en cardioloog gebruiken hetzelfde model voor risicostratificatie.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal, landelijk)
  • De afkappunten voor het afzien of het inzetten van diagnostiek zijn in de 1ste en 2de lijn gelijk.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal, landelijk)
  • Er komen afspraken over afkappunten voor verwijzing naar de cardioloog.

    (Cardiologie, trauma) (Organisatie van zorg) (Landelijk)
  • Voor patiënten komt een toelichting op de risicostratificatie beschikbaar waarin wordt verhelderd wat risicostratificatie is. Hierin wordt toegelicht dat het er aan de ene kant om gaat zoveel mogelijk mensen op te sporen die mogelijk een hartaandoening hebben, maar aan de andere kant ook om zo min mogelijk mensen onnodig ongerust te maken of bloot te stellen aan onnodig onderzoek, onnodige medicijnen of onnodige ingrepen (en potentiële gevaren daarvan).

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek, implementatie) (Lokaal, landelijk)
  • Een rust echocardiogram wordt alleen nog op indicatie verricht.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Een X thorax (longfoto) wordt alleen nog op indicatie verricht.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Een inspannings-ECG wordt niet standaard verricht.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Bij patiënten met een laag risico wordt geen aanvullende diagnostiek verricht.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Bij patiënten met een intermediair risico op coronair vaatlijden wordt slechts 1 niet-invasieve test gedaan.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • De NVVC ontwikkelt een leidraad voor de voorkeurstest(s) bij patiënten met een intermediair risico. Hierbij worden de bevindingen uit dit verbetersignalement gebruikt.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Landelijk)
  • Bij patiënten met een hoog risico op een acuut cardiaal event en potentiële gezondheidswinst van invasieve behandeling zal een CAG worden gedaan zonder andere niet-invasieve diagnostiek vooraf.

    (Cardiologie) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Bij afronding van de diagnostiek ontvangt de huisarts bericht van de cardioloog over de diagnose en vervolg.

    (Cardiologie, huisarts) (Diagnostiek, organisatie van zorg) (Lokaal)
  • De huisarts neemt de diagnose en andere gegevens van de cardioloog op in het dossier.

    (Huisarts) (Diagnostiek, organisatie van zorg) (Lokaal)
  • In LTA worden afspraken opgenomen over terug verwijzing van cardioloog naar huisarts.

    (Cardiologie, huisarts) (Organisatie van zorg) (Landelijk)
  • Om het risico op cardiovasculaire incidenten te reduceren gebruiken alle patiënten met stabiele angina pectoris een bloedplaatjesaggregatie remmer en een lipiden verlagend middel. Zie CVRM.

    (Cardiologie, trauma) (Behandeling) (Lokaal)
  • Patiënten bij wie invasieve behandeling wordt overwogen gebruiken behalve een bloedplaatjesaggregatie remmer en een lipiden verlagend middel ook minimaal 1 anti-ischemisch medicament.

    (Cardiologie, trauma) (Behandeling, geneesmiddelen) (Lokaal)
  • Een invasieve behandeling wordt pas verricht bij falen van optimale medicamenteuze behandeling.

    (Cardiologie, trauma) (Behandeling, geneesmiddelen) (Lokaal)
  • Een CAG wordt alleen verricht als de kans op invasieve behandeling zeer aannemelijk is.

    (Cardiologie, trauma) (Diagnostiek) (Lokaal)
  • Patiënten worden geïnformeerd over de voordelen van optimale medicamenteuze therapie waardoor een operatie vaak niet nodig is. Bovendien moeten ze weten dat medicamenteuze behandeling ook na de operatie nodig blijft.

    (Cardiologie, trauma) (Behandeling, implementatie) (Lokaal)
  • Een keuzehulp en/of uitgebreide informatie om samen beslissen in de spreekkamer over de behandeling te ondersteunen.

    (Cardiologie, trauma) (Implementatie) (Landelijk)
  • Cardiologen en huisartsen ontwikkelen interventies om patiënten beter te motiveren en begeleiden in therapietrouw.

    (Cardiologie, huisarts) (Follow-up, organisatie van zorg, implementatie) (Lokaal, landelijk)
  • In de follow up van patiënten na CABG/PCI worden niet routinematig (overbodig) tests verricht. Conform ‘Verstandige keuze’ van NVVC.

     

     

    (Cardiologie, trauma) (follow-up) (Lokaal)
  • Patiënten die stabiel zijn na PCI of CABG worden naar huisarts terugverwezen.

    (Cardiologie, huisarts) (follow-up, organisatie van zorg) (Lokaal)
  • Over terugverwijzing van cardioloog naar huisarts worden in de LTA afspraken gemaakt.

    (Cardiologie, huisarts) (Follow-up, organisatie van zorg, geneesmiddelen) (Landelijk)
  • In de LTA en de CVRM richtlijn worden door huisartsen en cardiologen gezamenlijke afspraken gemaakt over de hoofdbehandelaar CVRM.

    (Cardiologie, huisarts) (Implementatie, organisatie van zorg) (Landelijk)
  • In de LTA en de CVRM richtlijn worden door huisartsen en cardiologen gezamenlijke afspraken gemaakt over de streefwaardes voor bloeddruk en lipidenspectrum.

    (Cardiologie, huisarts) (Implementatie, organisatie van zorg) (Landelijk)
  • In de LTA en de CVRM richtlijn worden door huisartsen en cardiologen gezamenlijke afspraken gemaakt over het type geneesmiddelen en mogelijke uitzonderingen op geleide van indicaties.

    (Cardiologie, huisarts) (Implementatie, organisatie van zorg) (landelijk)
  • Hartrevalidatie aanbieden na CABG.

    (Cardiologie, trauma) (Nazorg) (Lokaal)
  • Hartrevalidatie alleen bij uitzondering aanbieden na PCI of alleen medicatie.

    (Cardiologie, trauma) (Nazorg) (Lokaal)
  • Wetenschappelijke onderbouwing aanbevelingen richtlijn actualiseren (SR).

    (Cardiologie, trauma) (Implementatie) (Landelijk)
Meer informatie

Wilt u op de hoogte gehouden worden?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief. Vul uw e-mailadres in en u ontvangt automatisch updates.

Volg Zorgevaluatie en Gepast Gebruik via