Implementatieagenda gepast gebruik

Veel verschillende partijen hebben vastgesteld wat gepast gebruik van medische zorg is. Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG) heeft dit in kaart gebracht en de verschillende initiatieven gebundeld in de implementatieagenda. Deze kennis moet haar weg vinden naar de dagelijkse klinische praktijk. Dit is in lijn met de afspraken van het Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische Zorg (HLA-MSZ).

#Hoedan?
Zorgaanbieders en zorgprofessionals (artsen en verpleegkundigen) kunnen aan de hand van de implementatieagenda inventariseren welke kennis bij hen al vertaald is  naar de dagelijkse praktijk en waar nog verbeteringen liggen. Vervolgens kunnen zij  in gesprek met zorgverzekeraars afspraken maken over de implementatie. Zoals met  welke onderwerpen van de implementatieagenda als eerste gestart wordt, wat  daarvoor nodig is, hoe zij elkaar kunnen helpen en hoe monitoring plaatsvindt.  ZE&GG gaat het implementeren faciliteren en monitoren aan de hand van  spiegelinformatie en een online implementatieplatform. Naar verwachting presenteert ZE&GG na de zomer (Q4) de eerste spiegelinformatie. Daarnaast analyseert ZE&GG wat wel en wat  niet werkt, of alle kennis over gepast gebruik voldoende duidelijk en concreet is, en tegen welke belemmeringen partijen aanlopen bij de implementatie. Deze  belemmeringen zullen de ZE&GG partijen dan gezamenlijk weg moeten nemen,  zodat de patiënt kan rekenen op de beste zorg.

Raadplegen implementatieagenda
Op de implementatieagenda staan ruim 100 onderwerpen over gepast gebruik die  geïmplementeerd kunnen worden. De agenda is opgesteld door patiënten,  zorgprofessionals, zorgaanbieders, overheid én verzekeraars die samenwerken in het programma ZE&GG. Per onderwerp staat omschreven om welke verbetering het gaat. Vervolgens staat vermeld waar meer informatie te vinden is, zoals een richtlijn,  de website van een wetenschappelijke vereniging of een verbetersignalement van het Zorginstituut. Uiteraard zijn er onderwerpen waarvoor de verantwoordelijkheid op landelijk niveau bij één of meer organisaties ligt. Een voorbeeld is het actualiseren van richtlijnen, wat aan de desbetreffende wetenschappelijke verenigingen is. Bij lokale initiatieven kunnen individuele zorgaanbieders mogelijk wel behoefte hebben aan ondersteuning, van hun eigen of een andere koepel. Samenwerking is ook hierbij van groot belang.

Filter op Wis alle filters
Specialisme
Initiatief
Spiegelinformatie

Zet geen infectiepreventiemaatregelen in bij medebewoners van een BRMO positieve cliënt

  • In afwachting van de uitslag van contactonderzoek zijn bij medebewoners van een BRMO-positieve cliënt geen infectiepreventiemaatregelen voor de betreffende BRMO nodig.

    (Verpleegkunde) (Behandeling, preventie)
Zie richtlijn

Dien opioïden niet subcutaan, transdermaal, oraal of intramusculair toe bij postoperatieve pijnbehandeling

  • De werkgroep is van mening dat de subcutane toediening van opioïden niet de voorkeur geniet.

    (Verpleegkunde, intensive care, ziekenhuisbreed) (Behandeling, Geneesmiddelen, Follow-up)
  • De transdermale toediening van opioïden wordt niet geadviseerd voor postoperatieve pijnbehandeling.

    (Verpleegkunde, intensive care, ziekenhuisbreed) (Behandeling, Geneesmiddelen, Follow-up)
  • Oraal toegediende opioïden hebben in de direct postoperatieve fase niet de voorkeur.

    (Verpleegkunde, intensive care, ziekenhuisbreed) (Behandeling, Geneesmiddelen, Follow-up)
  • De werkgroep is van mening dat de intramusculaire toediening van opioïden niet de voorkeur geniet.

    (Verpleegkunde, intensive care, ziekenhuisbreed) (Behandeling, Geneesmiddelen, Follow-up)
Zie richtlijn

Fixeer niet bij een delier

  • Vermijd fixaties aangezien dit wordt gezien als een risicofactor voor een persisterend delier. Verwijder materialen die bijdragen tot het in stand houden van een delier (katheters, drains, infusen). Gebruik alternatieve interventies als ‘domotica’ en ‘rooming-in’.

    (Verpleegkunde, neurologie, geriatrie, MDL, revalidatie, acute zorg, zorgaanbieder breed) (Behandeling)
Zie richtlijn

Fixeer niet met een onrustband, enkel in uiterste nood.

  • Het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies (VBI) moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
  • Als VBI toegepast worden, dan moet VBI tot het minimum worden beperkt.

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
  • VBI mogen alleen worden toegepast als het echt niet anders kan (Nee, tenzij…).

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
  • Bij het toepassen moet altijd gezocht worden naar de mildste vorm van VBI, welke het meest geschikt is om het gestelde doel te bereiken en in duur en omvang in redelijke verhouding staat met de aanleiding.

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
  • De meest ingrijpende vorm: fixatie met onrustband en/of van pols en/of enkel en/of van bovenarm/bovenbeen moet niet worden toegepast, enkel in uiterste nood.

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
  • Het besluit tot het toepassen van VBI, ook de milde(re) vormen, moet altijd zeer weloverwogen, veilig en zorgvuldig, in multidisciplinair verband en in overleg met patiënt (en/of wettelijk vertegenwoordiger) en familie worden genomen.

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
  • Het gebruik van VBI is geen oplossing bij gebrek aan adequate (menselijke) hulp.

    (Verpleegkunde, geriatrie, zorgaanbieder breed) (Behandeling, hulpmiddelen)
Zie richtlijn

Gebruik geen auscultatie voor positiebepaling van een voedingssonde

  • Let op: met auscultatie kan wellicht een grove dispositie gedetecteerd worden maar auscultatie is geen betrouwbare methode om de positie van de sonde te bepalen! Dit geldt eveneens voor de methode beschreven door Loré.

    (Verpleegkunde, MDL, zorgaanbieder breed) (Diagnostiek, hulpmiddelen)
Zie richtlijn

Gebruik geen colloïde oplossingen op brandwonden in de eerste 24 uur

  • Daarnaast geeft het EMSB-cursusboek aan dat colloïde oplossingen niet in de eerste 24 uur gebruikt dienen te worden. De aanbeveling van de NZGG richtlijn en UK consensus sluiten aan bij de EMSB cursus (Allison 2004, NZGG 2007). De NZGG geeft de aanbeveling voor gebruik van kristalloïde vochtoplossing in 1ste 24 uur, welke is gebaseerd op ‘international expert opinion’.

    (Verpleegkunde, intensive care) (Behandeling, geneesmiddelen)
Zie richtlijn

Gebruik geen crème of andere topische middelen op brandwonden

  • Bij slachtoffers met brandwonden die verwezen worden naar een brandwondencentrum dienen de wonden zo schoon mogelijk afgedekt te worden met folie, metalline lakens of schone doeken waarover een deken gelegd kan worden. Er dienen geen topicale middelen op de wonden gesmeerd te worden.

    (Verpleegkunde, intensive care) (Behandeling, geneesmiddelen)
  • Bij (ambulance)vervoer naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met adequate opvang dient men geen crème of andere topische middelen te gebruiken op de wond.

    (Verpleegkunde, intensive care) (Behandeling, geneesmiddelen)
Zie richtlijn

Gebruik geen eerstestraals urine voor SOA diagnostiek

  • Bij vrouwen wordt diagnostiek op eerstestraals urine als minder sensitief beschouwd en daarom ontraden.

    (Verpleegkunde, dermatologie) (Diagnostiek)
Zie richtlijn

Gebruik geen stilstaand water, koud water of commerciële koelmiddelen bij brandwonden

  • Daarom moet voorkomen worden dat het spoelwater via de wond in contact komt met niet-aangedane gebieden. Om dezelfde reden moet het aangedane lichaamsdeel niet in stilstaand water ondergedompeld worden.

    (Verpleegkunde, intensive care) (Behandeling, geneesmiddelen)
  • Door de zeer lage kwaliteit van het bewijs is de werkgroep terughoudend met het aanbevelen van commerciële alternatieven voor het koelen van brandwonden ontstaan door vlam of hete vloeistof verbranding als deze geen meerwaarde hebben boven het koelen met stromend kraanwater. Uit de literatuur is hier geen bewijs voor en dus wordt koelen met stromend kraanwater als eerste keus aanbevolen.

    (Verpleegkunde, intensive care) (Behandeling, geneesmiddelen)
  • Vermijd koelen met koud water om de kans op hypothermie te minimaliseren.

    (Verpleegkunde, intensive care) (Behandeling, geneesmiddelen)
Zie richtlijn

Gebruik geen tepelhoedje wanneer een baby na de bevalling niet aan de borst kan drinken

  • Het gebruik van een tepelhoedje als oplossing bij de bovengenoemde verstoringen in de vroege periode postpartum wordt in principe afgeraden.

    (Verpleegkunde, voortplanting, verloskunde, gynaecologie) (Hulpmiddelen)
Zie richtlijn

Wilt u op de hoogte gehouden worden?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief. Vul uw e-mailadres in en u ontvangt automatisch updates.

Volg Zorgevaluatie en Gepast Gebruik via